We schrijven het jaar 2002, een jaar waarin Cunina nog niet uitsluitend met onderwijs bezig was en ook aan bredere ontwikkelingshulp deed. In dat jaar werd Sophie attent gemaakt op een huisvestingsprobleem in de buurt van Diadi, één van de armste gemeenten op het Filipijnse eiland Luzon. Een honderdtal mensen woonden er letterlijk onder zeilen op straat. Cunina besloot in te grijpen en 60 huisjes te bouwen. Een echt Cuninadorp.

Vijftien jaar later bloeit het dorpje als nooit tevoren. Wat ooit begon als een project voor basishuisvesting voor daklozen is spontaan uitgegroeid tot een hechte gemeenschap met eigen dromen en verwezenlijkingen. Onze medewerkster in de Filipijnen, Racquel, ging speciaal een kijkje nemen in het Cuninadorp en wist ons te verblijden met een uitgebreid verslag. Het doet ons enorm deugd om te lezen dat de mensen daar het dorp als springplank hebben gebruikt om aan hun leven te blijven timmeren.

Het Cuninadorp in de armste gemeente van Luzon

“Het Cuninadorp is eigenlijk op te splitsen in twee woonkernen vlak bij elkaar. De mensen spreken er van Cunina Village 1 en Cunina Village 2. Het eerste dorpje telt 10 huisjes en kent nog volledig haar originele bewoners. Het tweede, veel grotere dorp, telt 50 huisjes. Hier zijn verschillende families al vervangen door andere bewoners. Jobopportuniteiten verder weg, vooral in de bouw- en boerderijsector, zijn hier de oorzaak van.

Nieuwe bewoners worden steeds grondig gescreend door het dorpscomité samen met de parochiepriester en ze moeten goed op de hoogte zijn van de lokale ‘dorpregels’ inzake onderhoud en bezoek. Wie uiteindelijk toegelaten wordt, ondertekent een huisvestingscontract.

Ondernemerschap bloeit als nooit tevoren

Van zodra eerder dakloze families een dak boven hun hoofd hebben, zien we ze vrij snel erg ondernemend worden mét een grote nadruk op samenhorigheid. Er verschijnen sari-sari winkeltjes in huisjes om de lange tocht naar de wekelijkse markt te verlichten, mensen starten een moestuintje om zelfvoorzienend te zijn in verse groenten of leggen een prachtige bloementuin aan. En in sommige gevallen zien we zelfs dat er huisjes uitgebreid worden.

Dat komt natuurlijk grotendeels door de gezinnen die groter werden en in de 15 jaar sinds het Cuninadorp is gesticht zijn er heel wat kinderen intussen afgestudeerd. Ze vonden een goede job in de stad, of zelfs in het buitenland, en steunen nu vanop afstand hun ouders in het dorp.

Iedereen helpt iedereen

Het gevoel van samenhorigheid en ‘iedereen helpt iedereen’ zit diep ingebakken in de Filipijnse cultuur. Vooral op het platteland. De Filipijnen hebben er zelfs een naam voor: bayanihan. En in het Cuninadorp is dit een filosofie die nog iedere dag in de praktijk wordt omgezet. Zelfs tot het dorpscomité toe. In de afgelopen jaren ijverden ze succesvol voor de steun van de overheid om een afdak voor hun waterput te kunnen bouwen. En heel het dorp werkte mee aan het aanleggen van verharde paadjes naar de huisjes toe. Deze ontpopte zich namelijk tot gevaarlijk gladde en modderige sporen in het regenseizoen.

Ondanks het relatief rustige en vreedzame leven dat de mensen in het Cuninadorp nu kennen, blijft het nog een hard bestaan. Er is amper een manier om geld te verdienen of om hun situatie drastisch te verbeteren. Toch stralen de mensen in het Cuninadorp een enorme dankbaarheid uit. In de eerste plaats voor het werk van Cunina, maar ook zeker en vast voor de individuele sponsors die de bouw van de huisjes mogelijk hebben gemaakt. Vol trots tonen de inwoners de originele bordjes met de sponsornamen die nog steeds boven hun voordeur prijken.

Projecten