Home » Peterschappen » Peetouders getuigen » Brazilië
Brazilië
CUNINA peetouders getuigen: Dirk Peetermans nam deel aan de inleefreis naar Brazilië in augustus 2006 en schreef hierover een uitgebreid verslag. Enkele uittreksels:
“Ongeveer anderhalf jaar geleden besloten we om ons gezinnetje in te schrijven voor de inleefreis die Cunina zou organiseren naar Brazilie. Deze reis zou ons niet alleen in contact brengen met Silmara, ons petekindje, en de kans geven om de andere Braziliaanse Cunina-projecten te bezoeken, maar zou ons ook de kans geven om onze liefde voor Zuid-Amerika terug tot leven te wekken. Wegens kroostuitbreiding en daarom 11 jaar zon-zand-zee vakanties, had de reismicrobe zich immers terug acuut gemanifesteerd ten huize Wilders 10. Tevens was deze reis een uitgelezen gelegenheid om onze kinderen Arne (11) en Sibe (7) eens te confronteren met armoede en hen alzo te laten beseffen welk geluk ze hebben dat hun wieg in Geel stond en niet ergens in een krottenwijk van pakweg Delhi, Manila of Rio de Janeiro.” ./..
”Aangekomen in Rio, werden we opgewacht door Jan Daniels. Een sympathiek man, afkomstig van Mortsel, die al een tiental jaar vrijwilligerswerk met straatkinderen doet in Rio. Jan nam ons direct mee naar de kleinere favela van Ramos alwaar we een voetbalschooltje bezochten gesponsord door Cunina. Het doel van dit project, wat deel is van een groter netwerk, is kort gezegd, de kinderen van straat, en dus uit de drugswereld te houden. Hier werd het al vlug duidelijk dat we geen schrik meer moesten hebben dat onze kinderen zich tijdens deze drie weken stierlijk gingen vervelen. Ze werden namelijk onmiddellijk opgenomen in de kindergemeenschap en ze vonden het allebei reuzeplezant te voetballen met ‘echte’ Brazilianen. Ik wist dat het spelletje daar populair was, maar dat het zo erg was had ik nooit kunnen denken. Brazilie ademt namelijk voetbal. We passeerden letterlijk honderden speelpleintjes waar overal wel een paar doelpalen op stonden.“ ./.. “De volgende dag vertrokken we naar de moderne, kosmopolitische en industriële metropool Sao Paulo. Met naar schatting 20 miljoen inwoners, waarvan er 5 miljoen leven in krotten, de derde grootste stad op aarde (tijdens de de zestig kilometer lange rit van de luchthaven naar ons hotel zagen we links en rechts zo ver we zien konden, niets anders dan appartementsgebouwen.) In Sao Paulo werden we begeleid door sociale werkster en vrijwilligster Ditte Kuiper die ons ’s anderendaags naar het opvanghuis Casa Familia in de wijk Jandira bracht. Het Casa wordt gerund door een pater en enkele nonnen van Italiaanse afkomst. En het moet gezegd, die mensen doen daar fantastisch werk. Een aantal van onze medereizigers ontmoetten hier ’s morgens voor het eerst hun petekind. Er werden dikke knuffels en kleine geschenkjes uitgedeeld.” ./.. “Daarna werd door Sophie het ‘juwelenatelier’ officieel geopend. De bedoeling van dit atelier is dat de lokale bevolking, waaronder de ouders van de petekinderen, meer en meer uit hun isolement getrokken wordt en alzo leert kennis maken met de alledaagse economie. Naast de opzet van dit crea-atelier coördineert Ditte ook nog de bouw van een educatief complex midden in de favela waar de meeste petekinderen wonen. Er wordt hierbij uitgegaan van de lokale kracht waarbij de meest onderlegde leerlingen weer nieuwe mensen dienen op te leiden. En dat is denk ik ook de enige goede manier om aan ontwikkelingssamenwerking te doen.” ./..
“In de namiddag trokken we onder strikte begeleiding van Ditte en de pater de favela in. We bezochten daar het nieuwe, reeds boven vermelde bouwcomplex, en de peetouders kregen de kans om hun petekind thuis te bezoeken. Ik denk dat iedereen al wel eens zo’n krottenwijk op TV gezien heeft maar de realiteit is toch nog een hemelsbreed verschil. Wat me opviel was dat elk huisje, hoe schamel ook, voorzien was van ijzeren hekken. Deze bleken geplaatst te zijn om zich tijdens de nacht te beschermen tegen geweld van de drugsmaffia en/of de politie. Zo vredig als het daar overdag leek , zo gewelddadig kon het daar ’s nachts wel eens zijn. ’s Avonds werd het Braziliaans contrast nogmaals in de verf gezet. We hadden een ‘avondje uit’ in een ultramodern yuppie-achtig lounge-cafe-restaurant op het dak van een wolkenkrabber waar we een skyline konden aanschouwen vergelijkbaar met die van Manhattan. De laatste dag met de petekinderen van Jandira zou één van de hoogtepunten van de reis worden. De kinderen werden met een bus opgepikt en gebracht naar een kleine kinderboerderij ergens juist buiten Sao Paulo. Dit was voor de meesten de eerste keer in hun leven dat ze buiten hun kleine leefgemeenschap kwamen. Ik zal nooit dat gelukzalige gezicht vergeten van een kind dat voor de eerste keer een koe melkt, een konijn vastpakt of op een paardje zit. Het is waarschijnlijk overbodig te vertellen dat tijdens het afscheid menige traantjes dienden weggepinkt. Na wat problemen met onze vlucht (de nationale luchtvaartmaatschappij Varig, waar we mee vlogen, was failliet verklaard, en alle binnenlandse vluchten waren geschrapt) belandden we in Bello Horizonte. Hier werden we begeleid door ex-Gelenaar Wim Stijnen, die nu een tiental jaar in Brazilie woont. Wim is een orthopedist van beroep en heeft in Bello Horizonte een bedrijfje opgericht dat gespecialiseerd is in het maken en plaatsen van prothesen. Het bedrijf voert een zeer sociale politiek en Cunina zorgt er hier voor dat bepaalde kinderen financieel gesteund worden om zo’n prothese te krijgen en te onderhouden. Wim introduceerde ons in zijn problematiek en aan enkele petekinderen en het was hier ook weer duidelijk dat er goed werk geleverd werd.” ./.. ”Vanuit Bello Horizonte reden we met de nachtbus in beperkte groep en Parijs-Roubaix toestanden naar het zeer arme woestijnachtige Januaria. Een stadje in het binnenland waar we drie dagen terecht zouden komen in het midden van een boek van Gabriel Garcia Marquez en waar we ons petekind Silmara en haar broertje Diego zouden ontmoeten. Begeleider van dienst hier was Antonio de Wulf. Een uitgetreden Westvlaming die 35 jaar geleden uitgeweken is naar Brazilie om voor Caritas aan ontwikkelingswerk te doen. Antonio is één van die mensen waarvan je er in je leven spijtig genoeg maar enkele van ontmoet. Het was een voorrecht om hem, en zijn heel erg zieke vrouw Lourdes, te leren kennen. We brachten eerst een bezoek aan het project ‘De Kleine David’. Hier worden zeer ondervoede baby’s en jonge kinderen opgevangen en terug op krachten gebracht. De vele ‘voor en na’ foto’s waren weer alleszeggend. De ouders dienen deel te nemen aan hygiëne- en huishoudkundige cursussen en er bestaat de mogelijkheid dat deze kinderen dan terechtkomen in een Cunina sponsorship. In de namiddag gingen de verschillende pleegouders op bezoek bij hun petekind thuis. Silmara en Diego waren in het begin heel verlegen maar dat zou de volgende dagen veranderen toen ze wat meer contact hadden gelegd met Arne en Sibe. De vader van Silmara heeft als job het verzamelen van bruikbare dingen onder het afval. Daarna worden dan de blikjes verkocht als oud ijzer en worden van de lege pet-flessen ‘keerborstels’ gemaakt. De moeder is een toegewijde huisvrouw die ons direct de schoolrapporten van de kinderen liet zien. ’s Avonds waren we uitgenodigd op een maandelijkse vergadering van wat ik het best zou kunnen omschrijven als ‘de lokale peetouders’. Het leek een beetje op een gemeenteraad met het verschil dat de burgemeester en schepenen geweerd worden wegens ‘rotcorrupt’. In Januaria heeft men een lichtelijk ander systeem om de peterschappen op te volgen dan in Jandira en Bello Horizonte. Er wordt voor elk petekind een vrijwillig koppel aangesteld dat het kind, en vooral de ouders, opvolgt.” ./..
”Ik zou bij deze ook nog Sophie en Kathleen van Cunina heel hard willen bedanken. Ze hebben het vooreerst voor ons mogelijk gemaakt om deze prachtige reis mee te maken maar bovenal verdienen ze een dikke proficiat voor al het goede werk dat ze doorheen de jaren reeds voor vele vele mensen gedaan hebben. Klak af daarvoor ! Alsook voor alle Dittes, Wimmen, Jannen, Antonio’s en paters en nonnen van deze wereld. Het werk dat ze doen en het geld dat gedoneerd wordt is misschien maar de spreekwoordelijke druppel die men naar de zee voert maar... ik denk dat, door de manier van werken (gebruik makend van de “lokale kracht” zoals Cunina dat verplicht te doen), we ondertussen toch al kunnen spreken van een hele emmer of een klein zwembad. En wie weet, zal ooit dit klein beetje water zichzelf gaan bedruipen en vermenigvuldigen en dan kan het, en dat weten we van onze wiskundelessen, soms snel gaan. En dan nu op het naar het volgende project van mijn werkgever alwaar we bij de volgende multinational in het rijtje de bedrijfsprocessen weer een beetje meer gaan optimaliseren en informatiseren zodat er weer wat meer winst kan gemaakt worden met steeds minder mensen. U ziet ... ook mijn leven zit vol contrasten.”
Het integrale reisverslag van peetouder Dirk Peetermans kan u lezen op Nieuws
CUNINA peetouders getuigen: anoniem
“We rijden een straatje in en parkeren aan de zijkant. Net daar waar de asfaltweg stopt en een weg zand zachtjes opblaast met de wind. Aan één zijde een heuvel met opeengestapelde legoblokjes die niet bij elkaar passen, aan de andere kant een open riool dat door de favela loopt, maar net als op de heuvel dezelfde legoblokjes bevat. Spelende kinderen overal in de kleine straatjes tussen de huizen en op de houten brugjes die over de riool lopen. We gaan verder door de favela heen op zoek naar de familie die mij toegekend was. Spelende kinderen komen voorbijgelopen en zijn zo blij wanneer ze je aanraken, met hetzelfde enthousiasme dat jij je idool zou proberen te betasten. Allemaal glimlachjes op blote voeten... We komen aan een brugje dat over de riool naar een houten huisje loopt. Mijn familie staat te wachten. Een beetje verlegen, maar hartelijk en met dezelfde glimlach die ik van bij het binnenlopen van deze favela als een geschenk meekreeg. Zelf een beetje verlegen, vergeet ik het Portugees dat ik geleerd had van mijn vriend en mijn familie. Ik probeer mijn best te doen om een even mooie glimlach tevoorschijn te toveren, maar ik weet wel dat de mijne niet dezelfde waarde heeft. Als ik weer buiten wandel, vragen ze wanneer ik terug kom. Ik denk even na, waarschijnlijk volgend jaar in februari of maart, maar terugkomen doe ik.
Ik heb één ding wel geleerd: de grootste rijkdom die zij meedragen is de glimlach. Om het even in welke situatie ze zich bevinden, die glimlach hebben ze altijd klaar voor jou. Ik heb vele verhalen gehoord van verschillende families, waarbij je denkt 'hoe is het mogelijk ?'. Maar het helpt niet om er te blijven rond treuren en aan zelfbeklag te doen, zij willen zeker geen medelijden. Ik denk: als zij dat kunnen, in de omstandigheden die veel erger zijn en die je je best niet inbeeldt, om met een glimlach verder te gaan; dan hebben wij, goed gevoede materialisten, geen recht om te klagen en bij de pakken te blijven zitten bij de pietluttige problemen die zich bij ons voordoen.“
