Mam, ik wil naar school
19 sep '07September is de maand waarin veel Haïtiaanse kinderen na de zomervakantie opnieuw naar school gaan, zoals in vele landen. Helaas zijn er een heleboel kinderen die deze kans niet krijgen omdat hun ouders de onderwijskosten niet kunnen betalen om hun kind naar school te sturen.
Van bij mijn aankomst in 1967 in deze door armoede getekende parel van de Antillen, stelde ik vast dat ik te maken zou krijgen met een bevolking die hoofdzakelijk bestaat uit kinderen en jongeren. Jongeren zonder toekomst, aan zichzelf overgelaten, slachtoffer van een vervreemdend onderwijssysteem, misleid en weggeveegd door de politieke leiders, miskend in een aanhoudend gevecht voor een betere plaats op de sociale ladder. Jongeren met slechts een ideaal: de Haïtiaanse kwelling achter zich laten en wegtrekken naar het paradijs ergens in de Verenigde Staten of Europa.
Jongeren die langs alle kanten bedreigd worden door twee grote plagen: AIDS en drug-gebruik. Maar zoals overal in de wereld ook jongeren die dromen van mooie dingen, houden van dansen en zingen en lachen, die aandacht, waardering en vriendschap vragen. Jongeren die vriendschap vragen, maar het zelf ook zomaar aanbieden. Jongeren die het engagement van anderen claimen, in staat om het uit te persen als een rijpe limoen, maar die zich onvoorwaardelijk toewijden als ze de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Jongeren die zich realiseren dat de enige weg naar een leven in een betere wereld via educatie op school gaat.
Om deze reden blijft het voor mij een eeuwige frustratie dat zoveel jonge kinderen in Haïti niet naar school kunnen gaan omdat hun ouders niet genoeg verdienen om de schoolkosten te betalen. Elke dag ontmoet ik kinderen die me om steun vragen opdat ze naar school zouden kunnen gaan. Officiële scholen zijn gratis, maar er is een groot tekort aan scholen, waardoor de paar officiële scholen die er zijn overvol zitten en geen degelijk onderwijs kunnen bieden. Het departement van onderwijs, dat op een hypocriete manier over gratis onderwijs spreekt, moet private scholen toestaan en zelfs aanmoedigen. Omdat de behoefte aan scholen zo groot is, vragen de directies van private scholen ontzettend hoge inschrijfkosten en maandelijkse bijdragen, waardoor de toegang tot degelijk onderwijs niet mogelijk is voor kinderen van families met een laag of geen inkomen. Wat me het meest stoort, is dat religieuze gemeenschappen, zusters of broeders, de private scholen vaak leiden en dat hun scholen gewoonlijk enkel toegankelijk zijn voor kinderen van rijke families.
Om toegang te krijgen tot een goede basisschool heeft een kind al snel een bedrag van 200 tot 400 USDollar nodig. In dit bedrag zijn het schooluniform en de boeken niet meegerekend. Daarnaast moet er dan nog een maandelijkse bijdrage van 20 tot 40 USDollar betaald worden.
Naast de elitescholen zijn er nog een heleboel zogenaamde “Borlette Schools”, verwijzend naar een erg populaire loterij in Haïti. Deze scholen zijn minder duur, maar ze bieden vaak waardeloos onderwijs aan. Arme families moeten echter voor een dergelijke school kiezen voor hun kinderen. Voor degenen die geen geld hebben voor een “Borlette School” en hun kinderen niet naar een officiële school kunnen laten gaan, is het enige alternatief hun kinderen thuis te houden of hen op te laten groeien op straat, met alle mogelijke slechte gevolgen vandien.
In 1990 kwam ik in contact met een Belgische ngo Cunina. Cunina ontleent haar naam aan de Latijnse mythologie en betekent ‘Godin van de Wieg’. Waar je wieg staat, bepaalt maar al te vaak de kansen die je krijgt in je leven. Als je wordt geboren in het rijke westen, krijg je meestal kansen op een degelijke scholing. Staat je wieg in een schamele hut in Zuid-Afrika of onder een golfplaten afdak in Haïti, dan zijn je mogelijkheden op zelfontwikkeling zo goed als onbestaande.
Cunina is momenteel actief in Haïti, de Filipijnen, Nepal, Congo, Zuid-Afrika en Brazilië. Cunina wil via financiële adoptie kinderen de mogelijkheid bieden om naar school te gaan. Ze verzamelt fondsen in België en zoekt peetouders die maandelijks 30 euro (40 USDollar) betalen om hun petekind in Haïti te steunen. Ik ben de vertegenwoordiger van Cunina in Haïti. Dankzij deze steun kunnen een heleboel kinderen naar school. Cunina wil zoveel mogelijk kinderen in haar partnerlanden de kans geven om tenminste basisonderwijs te volgen. Via de maandelijkse bijdrage van een individueel peterschap is een persoon of familie verantwoordelijk voor de betaling van een groot deel van de onderwijskosten van het kind dat hij ondersteunt. Deze werkwijze maakt Cunina uniek in haar soort. Tussen de peetouder en het petekind kan een sterke, persoonlijke band ontstaan.
Na 17 jaar samenwerken met deze ngo zijn reeds honderden kinderen naar school kunnen gaan. Velen volgenden basisonderwijs, middelbaar onderwijs en sommigen zelfs hoger onderwijs. In Haïti zijn er Cunina-kinderen die intussen arts, verpleegster, veearts, ingenieur, onderwijzer, enz. zijn geworden. Momenteel worden er 110 Haïtiaanse kinderen door Cunina ondersteund. En dat aantal groeit alsmaar aan.
Het is mijn verantwoordelijkheid om de kinderen te selecteren en hen op te volgen eenmaal ze ondersteuning krijgen. Dit houdt in dat ik er zorg voor draag dat ze hun maandelijkse bijdrage krijgen en dat ze die besteden aan hun educatie. Daarnaast verzeker ik een regelmatig contact tussen de kinderen en hun peetouder: ze schrijven elkaar en ik let erop dat hun schoolresultaten worden doorgegeven aan hun peetouders.
Dankzij Cunina is de hoop op een betere toekomst weergekeerd in het hart van veel Haïtiaanse kinderen.
Jan Hoet C.I.C.M
10 september 2007
