Home » Actueel » Vrijwilliger Marc Vanhauter vanuit Haïti

Vrijwilliger Marc Vanhauter vanuit Haïti

Vrijwilliger Marc Vanhauter vanuit Haïti

Marc Vanhauter, reeds jaar en dag vrijwilliger bij Cunina, verbleef enkele weken in Haïti. Zijn vertrek werd door de instabiele situatie reeds meerdere malen uitgesteld, maar eind augustus vertrok hij dan toch. Gedurende zijn verblijf stuurde hij ons regelmatig bericht uit Haïti...hieronder leest u ze.

Ik ben na een lange en vermoeiende reis goed aangekomen in Port-au-Prince.
Zondag opgestaan om 4 uur en vertrokken om 6 uur naar Zaventem. Aldaar omwille van de verstrengde veiligheidsmaatregelen lang moeten aanschuiven om in te checken, de pascontrole voor bij te gaan en dan nog de verschillende controleposten (met lichamelijke fouillering!) Dit was ten andere zo ook op de andere luchthavens, Chicago en Miami. Uiteindelijk na lange reistijd geland in Port-au-Prince, hoofdstad van Haïti.
Jan, Wilnise (mijn petekind) en haar broer Junior stonden mij op te wachten. Een blij weerzien. Cadeautjes gegeven. Blije gezichten. Van een lekker feestmaal genoten (champignonsoep, frietjes, 2 soorten vlees en tomaten). Reeds vele zaken met Jan besproken.

Kom er later nog op terug. Zo voor mijn eerste bericht laat ik het hierbij.

Op de foto staan van links naar
rechts: Jusline (Djuna), Jan, Sherline, Marc, Wilnise (mijn petekind).


Tot mijn volgende schrijfs.

Groetjes,

Marc

VRIJDAG, 24 augustus - 0:45

Jan is van de luchthaven naar de foyer gereden volgens de route die hij normaal altijd neemt, maar de laatste tijd vermeed daar deze route bepaalde 'gevaarlijke' wijken (o.a. Cité Soleil en Cité Solidarité) passeert. Op de toegangswgen tot deze wijken staan dan ook tot de tanden gewapende politieagenten, tanks van de UNO en rijden de blauwhelmen constant door te straten.
Op een andere toegangsweg naar de luchthaven, die wij onlangs ook genomen hebben, zijn enkele weken geleden een hondertal personen gegijzeld. Het is dus constant opletten geblazen op welke weg men rijdt.Het veiligst is het als men veel verkeer ziet die aan een gewone snelheid rijdt.

De gewapende acties van de gangs uit de slopenwijken is fel verminderd, in feite zelfs gestopt. De ontvoeringen blijven echter gebeuren. Zo is er dinsdagavond ll., 22 augustus, terwijl wij sliepen, op de hoek van onze straat een persoon ontvoerd. Daarom gaan wij 's avonds niet buiten, wegens te gevaarlijk. Ook bepaalde buurten vermijden wij. Port-au-Prince is nog steeds een onveilige stad.

Groetjes,

Marc

MAANDAG, 28 augustus 2006

Beste

Vrijdag 25 augustus ll. zijn wij, om de drukkende hitte van Port-au-Prince en de onveiligheid die in de stad heerst even te ontvluchten, voor enkele dagen strandvakantie vertrokken naar Caeyes Jacmel.
De kinderen die in Mamosa aanwezig waren, mochten mee. De andere kinderen waren op vakantie bij hun ouders in het binnenland. Zo hadden zij voor de school opnieuw begint een weliswaar korte maar toch weldoende vakantie.
Waren van de partij: Junior, Wilnise, Floraine, Vedeline, Fednat, Jusline (Djuna), Sherline, Jan (père Jean) en ikzelf.
Om 7.15 uur vetrokken wij om het drukke verkeer op bepaalde punten voor te zijn. Eerst reden wij naar Petit-Goâves omdat Jan i.v.m. volleybaltrainingen en -tornooien nog afspraken moest maken met enkele jongeren. Vandaaruit even terug moeten rijden om dan de weg te nemen naar Jacmel. De weg van Port-au-Prince naar Jacmel is volgens Haïtiaanse normen (en zelfs Belgische) zeer goed berijdbaar. In Jacmel geluncht en de overdekte markt bezocht (metaalconstructie gemaakt in een atelier te Brugge, mijn geboortestad!) Vervolgens verder gereden naar Cayes Jacmel alwaar wij onze intrek namen in het strandhotel "Cyvadier Plage". 2 kamers voor de meisjes, Junior en Jan op
1 kamer en , en daar stonden Jan en de "kinderen" op(het zijn reeds volwassenen, Djuna uitgezonderd!), een kamer voor mij alleen (omdat ik toch alles betaalde). Direct zwembroek aangetrokken en de zee in. Geweldige sterke baren, die mij en de anderen soms verrasten en omver gooiden. Dat wij een geweldig plezier hadden , hoeft geen betoog. Nadien verder gespeeld in de zwemkom van het hotel. Na het avondmaal, vermoeid maar voldaan het bedje ingekropen.
De zaterdagmorgen hebben Jan en ik vlug onze mails doorgenomen, toch hadden wij geen tijd om ze te beantwoorden. Op ons programma stond een rondrit in de streek en een bezoek aan de gewezen stageplaats van Floraine, die gestudeerd heeft voor landbouwingenieur. Momenteel volgt ze haar masters. Een knappe studente (in beide betekenissen!) 's Middags kwam er bewolking op en werd de zee ruw. Wijs besloten wij onze verpozing te zoeken in het zwembad.
Na het avondmaal speelden wij met zijn allen "UNO' (een kaartspel).
Ondertussen was het gaan regenen en hard aan het waaien. De zee werd steeds onrustiger. Haïti kreeg last van de cycloon "Ernesto". Gans de nacht heeft het geonweerd. Voor de zondagmorgen was er nog een strandbezoek en een zwempartij voorzien, maar door de harde regenval kon dit niet doorgaan. Ten arren moede hebben wij de morgen dan maar doorgebracht met het kaartspel "Chicago". Na het middagmaal zijn wij dan in de gietende regen "huiswaarts"
vertrokken. Jan diende alert te zijn: grondverschuivingen en wegverzakkingen zijn bij erge regenval van de orde. Ook stonden regelmatig weggedeelten onder water. Gelukkig zijn wij zonder ongelukken heelhuids thuisgeraakt. 's Anderendaags hoorden wij op het radionieuws dat de cycloon op Haïti 2 levens heeft geëist.

Dat het menens is om het gangsterisme en de onveiligheid in Port-au-Prince (en in gans Haïti) aan te pakken, kunnen wij opmaken uit een tweetal berichten op de radio. Zo werd een beruchte leider van de populaire beweging
J.P.P. (Jan sa pase li pase, wat zoveel betekent als: erop en erover), de genaamde René Civil, in Port-in-Prince in een gestolen auto aangehouden en was in het bezit van verboden wapendracht. Deze beweging is berucht, omdat ze veel onrust zaait en niet vies is van vandalisme en geweldplegingen. In de auto zat ook een corrupte politieagent.
Een tweede hoopgevend bericht: doordat een gekidnapte persoon via een raam is kunnen ontsnappen, heeft de poltie een verblijfplaats van kidknappers kunnen oprollen. Ook bij deze kidnappers was een corrupte poltieagent betrokken. Bij de gekidnapten waren een volksvertegenwoordiger en een blanke die met een Haïtiaanse was getrouwd. In juli heeft men 65 kidnappingen officieel geregistreerd.

Een volgende maal verhaal ik wat Jan en ik reeds besproken hebben.
Omdat Jan nog steeds zonder stroom zit, mail ik dit berichtje vanuit een cybercafé.

De groetjes,

Marc

DONDERDAG, 31 augustus 2006

Beste,

Een aantal plannen om nog niet door mij aangedane streken in Haïti te bezoeken, kunnen niet uitgevoerd worden wegens niet geraken aan aangepast vervoer (op bepaalde trajecten kan men met een gewone auto niet rijden), ofwel dat een brug, doordat de cycloon "Ernesto" Haïti is gepasseerd, is weggespoeld en wij dus niet meer de overzijde kunnen bereiken of doordat de grensovergang met de Dominicaanse Republiek op een bepaald punt (ja, juist dit overgangspunt hebben wij nodig!)gesloten is. Jan is nu aan het nakijken of wij toch nog voor een paar dagen naar een voor mij nog onbekende regio kunnen gaan.
Om de drukkende hitte in de benedenstad van Port-au-Prince even te ontvluchten, hebben Jan en ik een daguitstapje naar Pétion Ville, Boutilliers, Fermathe en Fucy gepland. Even de bergen in en genieten van een frissere temperatuur en van een gezonde wandeling in de bossen. De aanwezige jongelui zijn uitgenodigd om deel te nemen aan deze uitstap. Een lekker etentje in een restaurant krijgen ze er bovenop. Benieuwd wie er niet zal meegaan.

Ondertussen maak ik het dagelijks leven mee in Mamosa. Met Jan heb ik iedere dag interessante gesprekken over het dagelijks leven in Haïti en hoe creatief de Haïtianen zijn om in erbarmelijke omstandigheden te overleven.
Natuurlijk hebben wij het ook over de actuele politieke situatie en hoe men stilaan opnieuw naar een stabiele situatie aan het evolueren is. Hopelijk krijgt president Préval en zijn ploeg de mogelijkheid on hun plannen uiit te werken. Jan heeft mij ondertussen ook reeds de verwezenlijkingen van Aristide getoond (parken, speelpleinen, sportpleinen, een ziekenhuis, ...) Jammer dat zijn tegenstanders hem ten val hebben gekregen.
Verder houden wij ook nog diepgaande "filosofische-theologische" discussies.
Wat was het eerst: het Bewustzijn of het Zijn?
Onze planning om een groep peetouders in 2008 (als de situatie in Haïti het dan toelaat) doorheen het eiland rond te leiden om alzo met de Haïtiaanse realiteit in contact te komen en tevens om met hun petekind persoonlijk kennis te maken, is thans na enkele dagen puzzelen en herdenken zo goed als rond. Het grote probleem waar wij steeds voor staan is met welk vervoer geraken wij waar? Met een groep doorheen Haïti reizen is verre van eenvoudig.

Ook met alle Mamosabewoners heb ik een goed contact. Sommigen nemen mij zelfs in vertrouwen. Of willen mij de Creoolse taal aanleren. Zij hebben het grootste plezier als ik erin slaag nieuwe woordjes of eenvoudige zinnetjes aan te leren. Iedere dag moet ik doorheen een taalexamen. Mijn wraak bestaat erin dat zij op hun beurt Brugs moeten leren.

Groetjes,

Marc


MAANDAG, 4 september 2006

Beste,

Woensdavond, 29 augustus ll., voelde mijn keel wat rauw aan en begon ik te hoesten. Een verkoudheid kondigde zich aan. Donderdag 31 augustus ll. ondernamen 8 jongelui, Jan en ik de geplande daguitstap. Een ganse dag een druipneus. Ik had dit voorzien en had voldoende zakdoeken meegenomen om dit ongemak te kunnen opvangen. Via Pétion-Ville reden wij eerst naar Bouttiliers, alwaar wij een prachtig panoramisch uitzicht hadden op Port-au-Prince. Vervolgens reden wij naar Furcy.
Gans de weg van Piéton-Ville tot Furcy konden wij 'genieten' van wat wij in Vlaanderen zo aardig kunnen omschrijven als 'kasten van huizen'. Dat onder meer hier de rijke burgerij van Haïti gehuisvest is, daar kan men niet naast kijken. Wat een confrontatie als men zojuist een sloppenwijk heeft verkend.
Ook de werkende Haïtiaan heeft het hier redelijk goed, omdat deze streek de groententuin is van Haïti (en men alzo als boer verzekerd is van een
inkomen) en ook omdat de bemiddelde Haïtiaan er weekenduitsstappen naartoe plant en alzo o.a. de horecasector stimuleert. In Furcy maakten wij een korte wandeling en kwamen er oog in oog te staan met de 'Morne La Selle', de hoogste berg van Haïti: 2.680 meter hoog. Zoals het een trotse vorst betaamt, gunde hij ons geen blik en verhulde zijn hoofd in een wolkendek.
Vervolgens reden wij naar Fermathe alwaar wij in het restaurant 'Le Florville' het middagmaal nuttigden. In Fermathe bezochten wij ook het project 'Montain Mead' van de Baptisten. Aan dit project is een polikliniek verbonden, alsook een mini-zoo, een klein museum (interessant, maar totaal niet wetenschappelijk geconcipieerd) en een bloemen- en souvenierswinkel.
Van de foyerbewoners waren alleen mijn petekind Wilnise en haar broer Junior van de partij. De overige 6 waren wel allemaal jongeren die in de werking van de foyer Mamosa betrokken zijn. Sommigen van hen waren ook nieuwe Cunina-petekinderen. Dat de deelname van de foyerbewoners zo laag lag, is te wijten aan het feit dat men zaterdag 2 september een huwelijk te vieren had en men zich nu al hierop aan het voorbereiden was (nog nooit zoveel krulspelden zien rondhuppelen).

Vrijdag, "geveld" door de verkoudheid heb ik wijselijk zoveel mogelijk het bed gehouden. En 's anderendaags was ik opnieuw mijn oude zelf.
Die zaterdag trouwden Rubain Joazile en Miclage Senadin. Rubain is de broer van Vedeline. Vedeline is een bewoonster van de Foyer Mamosa. Jan celebreerde de huwelijksmis (naar Haïtiaanse gewoonte met vertraging, in dit concreet geval anderhalf uur. Wat Jan stoïcijns onderging). Vervolgens greep het huwelijksfeest plaats in de foyer Mamosa, die Jan gul ter beschikking had gesteld. En alzo was ik onvoorzien getuige van een Haïitiaans huwelijk.
Een katholiek Haïtiaans huwelijk in Port-au-Prince verschilt niet van een katholiek Vlaams huwelijk. Het enige wezenlijk verschil is dat men niet apart voor de wet moet trouwen, een kerkelijk huwelijk wordt wettelijk erkend. Er dienen wel tijdens de plechtigheid de nodige wettelijke administratieve papieren ingevuld en ondertekend te worden en nadien aan de burgerlijke stand afgegeven te worden. Dankzij Aristide is de Voodoo ook als godsdienst erkend en kan men dus wettelijk een huwelijk volgens de Voodooriten afsluiten. Volgens Jan is er reeds 1 wettelijk Voodoohuwelijk afgesloten.

Na opnieuw een discussie gevoerd te hebben over wat wij nog de laatste week van mijn verblijf kunnen bezichtigen, heb ik de knoop doorgehakt. Wij gaan naar Monbin Chrochu van woensdag 6 september tot zaterdaq 9 september. Het parochiefeest bijwonen. Een aantal jongeren die in foyer Mamosa wonen en afkomstig zijn vam dit dorp gaan mee. Op de terugreis kunnen dan nog een paar jongelui die nu bij hun ouders in Monbin Crochu zijn mee, zodat zij op tijd terug zijn om hun studieën voort te zetten. Omdat wij geen geschikt vervoer ter beschikking kunnen krijgen, heb ik dan maar beslist een grote terreinwagen (9 plaatsen) te huren. Wij gaan via Hinche. Misschien bezoeken wij er ook nog het hospitaal. Ik zie wel.

Groetjes,

Marc



Beste,

Woensdag 6 september ll. zijn wij met zijn achten om 6.45 uur vertrokken voor onze tocht naar Mombin Crochu. Van een Haïtiaanse prestatie gesproken.
Jan had de dag voordien afgesproken dat wij om 7 uur zouden vertrekken, zodat wij de grote drukte op de carrefour voor zouden zijn. Lachend had ik eraan toegevoegd dat wie niet om 7 uur in de wagen zat, niet mee mocht. Een gebrek (?) van de Haïtianen is dat zij het niet Te nauw nemen met een afgesproken uur. Groot was dan ook mijn verwondering toen ik als laatste toekwam en mijn plaats in de auto innam. Allen hadden uiteraard enorm plezier dat ik de laatste was. Heeft men met mij op deze manier een beetje de draak willen steken?

Het was, zoals ik mij van mijn vorige reis naar Mombin Crochu (die ik 7 jaar geleden met wijlen mijn levensgezel Gino ondernam) herinner, een vermoeiende rit. Is de rit aanvankelijk zeer comfortabel doordat wij op met asfalt aangelegde wegen rijden, dan wordt de weg stapgsgewijs slechter en slechter via grind- naar zandwegen. Wanneer men denkt slechter kan nu niet meer, dan merkt men bij de volgende bocht in het gebergte dat het wel kan. Van Jan werd dan ook het uiterste van zijn rijkunst en - ervaring gevergd.
Voornamelijk de route tussen Hinche en Mombin Crochu is erbarmelijk en verslechtert steeds naarmate men Mombin Crochu nadert. Op het einde is er zelfs geen sprake meer van een weg, maar rijdt men puur op de rotsen. De afstand Port-au-Prince Mombin Crochu bedraagt 171 km, maar wij hebben wel ongeveer 6.15 uur moeten rijden om deze afstand af te leggen. In Haïti rekent men de afstand niet in kilometers, maar in de tijd die men nodig heeft om van de ene plaats naar de andere te geraken.
In Hinche hielden wij een korte tussenstop. Na de jongelui te hebben opgezocht die wij bij de terugkeer naar Port-au-Prince zullen oppikken, bezochten wij het 'atelier' van Piet, een confrater van Jan. Dit atelier bestaat uit drie delen: een schrijnwerkerij, een smederij/lasatelier en een garage. Dit project is zelfbedruipend. De hoofdaandacht is dan ook gericht op de productie. Men werkt voor externen, zowel voor religieuse genootschappen als voor scholen en Haïtiaanse particulieren. Daarnaast is dit een opleidingscentrum afgestemd op de praktijk. De verantwoordelijken voor de 3 afdelingen zijn vast aangeworvenen, maar de andere medewerkers volgen een praktische opleiding van 2 jaar. Met de opgedane ervaring kunnen zij dan elders gemakkelijker aan de slag.
Omstreeks 2 uur in de namiddag waren wij in Mombin Crochu. Zoals reeds gezegd, het ongeveer 1-uur-durende oponthoud in Hinche afgetrokken, hebben wij de moeilijke reisweg afgelegd in ongeveer 6 uur en 15 minuten. En dat is eerlijk gezegd snel. Maar, en dat is ook reeds gezegd, Jan is een ervaren chaffeur in Haïti. Nadat iedereen uitgestapt was en zijn of haar bagage had genomen, dienden wij nog Floraine, die ongeveer een 9 km vam het centrum woont, op de weg naar Bois de Laurence, naar huis te voeren. Dat ook deze korte afstand de nodige tijd in beslag nam, hoeft geen betoog.
Na deze toch zeer vermoeiende reis lag ik reeds om half acht in bed en sliep tot 7.15 uur.
Na een verkwikkende douche (alleen koud water!) en een hartig ontbijt, vatte ik mijn tweede kennismaking met Mombin Chrochu aan. Eerst bezocht ik samen met Jan en Wilnise en Védeline de niet meer gebruikte werkplaats waar maniok bewerkt wordt tot cassave. Dit project is gestopt omdat het niet beantwoordde aan een reële nood. Immers in de onmiddelijke omgeving wordt er weinig maniok gekweekt en diende men van te ver maniok aan te voeren.
Vervolgens gingen wij naar het naastgelegen onthaalcentrum, waar groepen kunnen overnachten en van de infrastructuur gebruik kunnen maken (keuken, refter, zaaltje). Er zijn 2 slaapruimtes met stapelbedden. Enkel met koud water kan er gedoucht worden. Wanneer wij met een groep Cunina-peetouders Monbin Crochu zouden aandoen, zullen zij vermoedelijk hier moeten overnachten. De voormiddag rondden wij af met een bezoek aan Nadège, die meegereisd was vanuit de foyer, en nu enkele dagen doorbrengt in het ouderlijk huis.
Na het middagmaal was ik in de gelegenheid een 4-tal voodoo-rituelen te observeren, die plaatsgrepen voor de kerk. Dit gebeurde in het kader van het parochiefeest ter ere van de patroonheilige Onze-Lieve-Vrouw van Verlossing, dat 's anderdaags zou plaatsvinden.
De meest eenvoudige ceremonie is het voodo-gebed. Dit kan in groep of individeel. Wanneer een Haïtiaan iets wil bekomen van zijn of haar loa
(geest) dan trekt hij of zij voor een bepaalde duur een 'rad de voeu' (geloftekleed) aan. De kleur van het geloftekleed is afhankelijk van de loa, zo is de kleur van Onze-Lieve-Vrouw van Verlossing (de lao van de voodoo wordt herkend in een heilige van de roomskatholieke godsdienst) wit en blauw. Rood en blauw is de kleur van de lao Ogoun, de geest van vuur en oorlog, die herkend wordt in Sint-Jacob. Deze 'rad de voeu' dient vooraf 'gewijd' te worden door een bokor (voodoo priester). Ook van deze gebeurtenis was ik getuige. Ook van het feit dat zij haargewone kledij uittrok en onmiddelijk haar beloftekleed in wit en blauw aandeed. Een ander geloftekleed dat ik eveneens gezien heb, was gemaakt van jutezakken. Wanneer iemand zulk een geloftekleed draagt, wilt dit zeggen dat hij of zij een pelgrimage moet houden, m.a.w. hij of zij dient aan alle Voodoo-plechtigheden van juli tot en met september in de verschillende dorpen deel te nemen. De derde voodoo-rite die ik mocht meemaken was al van de meer gecompliceerde orde. Het was het offeren van voedsel (rijst met
bonen) aan de lao en het eindigde met het uitdelen van het voedsel aan de deelnemers. Op een andere plaatst werd er op verschillende conga's geslagen, terwijl de deelnemers aan deze plechtigheid op het ritme van de muziek dansden en zich alzo in trance brachten. Af en toe werd op 1 of 3 toeters geblazen en dit in de verschillende windrichtingen. Ik heb dan ook bij deze en andere riten een Haïtiaanse door een lao bezeten zien worden. Al deze riten worden begeleid door een bokor. Een voodoo priester dus. Hoewel er een onderscheid dient gemaakt te worden tussen een bokor en een houngan. Een houngan is ook een voodoo priester, maar iemand die meer aanzien geniet dan een bokor. Een houngan is opgeleid en in feite gaat dit 'priesterschap' over van vader op zoon. Een houngan is heel goed op de hoogte van de voodoo-relegie. Een bokor is iemand die zichzelf daartoe benoemd. Velen worden bokor omdat hiermee een centje te verdienen valt.
In de latere namiddag zijn wij een aantal Cunina-petekinderen thuis gaan bezoeken. Ook het hospitaal hebben wij bezocht. Dit hospitaal heeft alle taken van het dispensarium, die verbonden was aan de pastorie, overgenomen.
Wij hadden geluk. Deze week waren er een aantal Amerikaanse specialisten
(chirurgen) aan het werk en hebben wij met hen een gesprekje kunnen voeren.
De directrice-arts van het hospitaal leidde ons bereidwillig rond en gaf ons heel deskundige uitleg bij het functioneren van het ziekenhuis. Aan dit hospitaal is een apotheek verbonden, waar zieken de nodige geneesmiddelen halen, en eveneens een centrum waar men aan geboorteplanning doet.
's Avonds gingen de voodoo-rituelen door, wat het geheel door het veelvuldig gebruik van kaarsen (een onmisbaar attribuut) een feeëriek aanschijn gaf.
Hoewel het dansfeest voorzien was voor de vrijdagavond, greep er de donderdagavond een algemene repetitie plaats. Dit wil zeggen dat wij niet alleen tot 's morgens vroeg vergast werden op trommelgeroffel, maar ook op zeer luide (kan het luider?) dansmuziek. Van een diepe, weldoende slaap was dus geen sprake. Af en toe wegzinken in een kort slaapje, om dan terug wakker te schrikken door het muzikaal lawaai.

Bij het ontwaken 's morgens vroeg was het dansfestijn wel afgelopen, maar de Voodooplechtigheden gingen nog steeds door. Voor de kerkdeur werden er heel veel individuele voodoo-gebeden opgezegd. Zelfs was er een vrouw die in de kerk en tijdens de dienst haar voodoo-smeekbeden opzegde. De mis ter ere van de patroonheilige 'Onze-Lieve-Vrouw van Verlossing' werd opgedragen door 7 priesters. Van heinde en ver was men naar de mis afgezakt en zodoende bood de kerk nauwelijks plaats genoeg. (Bij een gewone zondagsmis zit de kerk maar halfvol.) De viering, strak geregisseerd, was kleurrijk en het gesproken woord werd regelmatig afgewisseld of onderstreept door dans en zang, begeleid door piano en conga. Hoewel de preek lang duurde, wordt dit wel door de Haïtianen geapprecieerd. Ook werd er voedsel en levende dieren als offer ten altaar gebracht. Nadat dit folkloristisch gedeelte van het roomskatholiek geloof (dixit Jean Hostens, pastoor te Mombim Chrochu) was afgehandeld konden wij, vooraleer over te gaan naar het feestmaal, genieten van een aperitief. Een gezellige keuvel ontwikkelde zich omtrent de maagdelijkheid van de moeder van Jezus.
In de namiddag probeerden Jan en ik een wandeling te maken, maar dit was ons onmogelijk. Steeds kwamen er mensem af die met Jan een praatje wilden maken.
Toen wij 's avonds op het terras van het seminarie van het prachtig uitzicht aan het genieten waren, ontketende zich een enorm natuurgeweld: geweldige bliksems en zich door de bergen weerkaatsende donderslagen. Een gutsende regen viel uit de pikzwarte hemel. Na een tiental minuutjes was dit natuurgeweld over en hield het op met regenen.
Ook deze avond was er weinig sprake van slapen. Gans de nacht werd er op de conga's geklopt en weerom was er het overdovend lawaai van de muziek op het dansfeest.

Om 5.15 uur opgestaan en een koude, maar verkwikkende douche genomen. Na het ontbijt, vertrokken wij om 7.15 uur "huiswaarts". Dat het de avond voordien hard geregend heeft, hebben wij tijdens onze rit naar Hinche mogen ervaren.
Bij tijden was de "weg" volledig ondergelopen of getransformeerd in een modderpoel. Nu werd het uiterste gevergd van de rijkunst van Jan. Ieder ogenblik kon hij zich vastrijden in de modder of wegglijden en in een gracht belanden. Of gewoonweg een steile, gladde berghelling niet op kunnen rijden.
Al deze moeilijkheden heeft Jan overwonnen, al diende hij af en toe even stil te staan om de situatie te overschouwen en om de juiste beslissingen te nemen. Niettemin waren wij, met een kort oponthoud in Hinche, reeds om 2.30 uur in Port-au-Prince. Een blij terugzien met de thuisblijvers en uiteraard in het kort onze wedervaren verteld. Tijdens onze terugreis hebben wij ook enkele opmerkelijke gebeurtenissen gezien. Zo kwamen wij een groep Haïtianen met hun muilezels volgeladen met bladeren van de waaierpalm tegen. Zij waren op weg naar het 170 km verdergelegen Bahon, om het aldaar te verkopen. In deze streek worden deze palmboombladeren na bewerking gevlecht tot zakken om op lastdieren te leggen en slaapmatten. Deze mannen houden er een wandeltempo van 7 à 8 km per uur aan. Zij zijn dan ook twee dagen onderweg om hun bestemming te bereiken. Ook kwamen wij een groep mannen tegen die op hun schouders een bed droegen, dit door aan het hoofd- en voeteinde planken te steken. In het bed lag ofwel een vrouw die moest bevallen ofwel ernstig ziek was. Het dichtsbijgelegen ziekenhuis lag ongeveer op 7 km afstand. Een voettocht tussen 1 à 1½ uur. Soms zag men bij een huis een witte vlag geplant. Dit wil zeggen dat er hier een bokor woont en men bij hem terecht kan voor onder meer geneeskrachtige kruiden.
Dat onze gehuurde terreinwagen volledig onder de modder zat, kan je je wel - zelfs zonder enige fantasie - voorstellen. Daarom lieten wij direct bij aankomst de wagen grondig, zowel van buiten als van binnen, kuisen.Vervolgens hebben wij boodschappen voor de komende week gedaan. Na het avondmaal kroop ik doodvermoeid omstreeks 9 uur in bed, waar ik pas om 7.30 uur uitkroop. Het is mijn voorlaatste dag in Haïti, morgen keer ik terug naar België. Mijn verslag is teneinde, ik maak nu mijn valies. Nadien nog een tekstje schrijven in het poëzieboekje van Fednat, een der bewoonster van de foyer, en even lezen in haar dagboek, waarvan zij wil dat ik deelgenoot wordt om haar beter te leren kennen.

Haïti, een land waar ik steeds met plezier terugkeer en er vele vrienden opnieuw ontmoet en nieuwe vrienden maak. Nu reeds heb ik samen met mijn vrienden plannen gemaakt voor mijn volgend bezoek.

Groetjes,

Marc

Vorige: « CUNINA-FAMILIEVERWENDAG ! | Volgende: 30 peetouders in Brazilië »