Home » Actueel » 30 peetouders in Brazilië
30 peetouders in Brazilië
Van 8 juli tot 27 juli vertoefden 30 peetouders van Cunina in Brazilië. Zij schreven een jaar geleden in voor deze inleefreis die hen in contact zou brengen met hun individueel petekindje, maar waarop zij ook alle projecten van Cunina in Brazilië zouden aandoen. Een zeer boeiende en leerrijke ervaring.
1 van de reizigers : Dirk Peetermans schreef een lijvig verslag. U kan het hieronder lezen.
Ongeveer anderhalf jaar geleden besloten we om ons gezinnetje in te schrijven voor de inleefreis die Cunina zou organiseren naar Brazilie. Voor de mensen die een tijd van de wereld verdwenen zijn ... Cunina is de (ondertussen) ngo, gesticht door de Geelse Sophie Vangheel, die kinderen in de derde wereld een toekomst tracht te geven.
Deze reis zou ons niet alleen in contact brengen met Silmara , ons petekindje, en de kans geven om de andere Braziliaanse Cunina-projecten te bezoeken, maar zou ons ook de kans geven om onze liefde voor Zuid-Amerika terug tot leven te wekken.
Wegens kroostuitbreiding en daarom 11 jaar zon-zand-zee vakanties , had de reismicrobe zich immers terug acuut gemanifesteerd ten huize Wilders 10.
Tevens was deze reis een uitgelezen gelegenheid om onze kinderen Arne (11) en Sibe (7) eens te confronteren met armoede en hen alzo te laten beseffen welk geluk ze hebben dat hun wieg in Geel stond en niet ergens in een krottenwijk van pakweg Delhi , Manila of Rio de Janeiro.
Na lang aftellen (en sparen), vertrokken we dus met 21 mensen op 8 Juli aan de Geelse Markt uitgewuifd door familie , vrienden , de lokale pers en onze burgervader.
Buiten het feit dat onze vlucht naar Rio omgeleid was van Parijs naar Frankfurt , onze dokter Koen zich van vertrekuur vergist had , de handbagage met kritische medicijnen van één van onze medereizigers Claudine gestolen werd in de luchthaven van Frankfurt , en het gebit van dezelfde Claudine tijdens de vlucht plots zoek was , verliep de heenreis rimpelloos.
Aangekomen in Rio , werden we opgewacht door Jan Daniels. Een sympathiek man, afkomstig van Mortsel, die al een tiental jaar vrijwilligerswerk met straatkinderen doet in Rio. Jan nam ons direct mee naar de kleinere favela van Ramos alwaar we een voetbalschooltje bezochten gesponsord door Cunina.
Het doel van dit project, wat deel is van een groter netwerk, is kort gezegd , de kinderen van straat , en dus uit de drugswereld te houden.
Hier werd het al vlug duidelijk dat we geen schrik meer moesten hebben dat onze kinderen zich tijdens deze drie weken sierlijk gingen vervelen. Ze werden namelijk onmiddellijk opgenomen in de kindergemeenschap en ze vonden het allebei reuzeplezant te voetballen met ‘echte’ Brazilianen. Ik wist dat het spelletje daar populair was , maar dat het zo erg was had ik nooit kunnen denken. Brazilie ademt namelijk voetbal. We passeerden letterlijk honderden speelpleintjes waar overal wel een paar doelpalen op stonden. Het feit dat Zidane dus in de WK-kwartfinale een begenadigde en Ronaldinho een mindere dag had , was een nationale ramp. Het hoeft u dus niet te verbazen dat tijdens de WK-finale , die we bekeken op de serieus geimproviseerde TV-configuratie van het voetbalschooltje , heel Brazilie supporterde voor ‘Italia’.
Een tweede ding dat me direct opviel en dat later meermaals bevestigd werd , was dat de mensen en kinderen in de favela, ondanks hun miserie, er toch gelukkig uitzagen. Ik denk dat dit typisch Zuid-Amerikaans is want dit was zeker niet het geval in vergelijkbare wijken van bijvoorbeeld Delhi.
De tweede en laatste dag in Rio nam Jan ons mee de toeristische toer op.
Via twee kabelliften kwamen we op het ‘Suikerbrood’ terecht . Een rots alwaar we allicht een van de mooiste stedelijke panorama’s ter wereld mochten aanschouwen. Daarna liepen we , tijdens een bezoek aan het Maracana voetbalstadion , nog altijd het grootste ter wereld , letterlijk in de voetsporen van Pele, Garrincha , Zico en Romario.
In de late namiddag en vroege avond wandelden we over het Copacobana en het (the girl from) Ipanema strand waar ik me , overigens de enige keer tijdens deze reis, een beetje bedreigd voelde. Het was al donker en we wandelden even buiten het drukke strand op een pier. Mijn vrouw en ik liepen achteraan toen er plots een tiener met een wazige blik om een aalmoes vroeg. We negeerden hem en probeerden terug aan te sluiten bij de groep maar toen stonden er plots , ze kwamen waarschijnlijk vanuit de rotsspleten, een tiental straatkinderen rondom ons.
Jan had dit echter gezien en toen werd ons duidelijk wat zijn werk allemaal inhield. Jan begon te praten met deze , waarschijnlijk aan lijm verslaafde kinderen , en vertelde hen over zijn straatkinderenprojecten . We boden deze kinderen een kleine maaltijd aan op een terrasje en dat was voor hen een unieke ervaring want voor één keer waren ze een deel van de samenleving en geen ‘uitschot’ dat overal direct wordt weggejaagd . Schrijnend om te zien was dat één van deze kinderen, Yasmine , een 11-jarig mooi meisje , zich had verkleed als jongen om alzo te ontsnappen aan verkrachtingen.
Jan gaf de kinderen nog wat adressen mee waar ze terecht konden voor hulp (zichzelf realiserende dat dit in 99 percent van de gevallen - er zijn enkel in Rio 500000 straatkinderen - vechten is tegen de bierkaai).
De volgende dag vertrokken we naar de moderne, kosmopolitische en industriële metropool Sao Paulo. Met naar schatting 20 miljoen inwoners , waarvan er 5 miljoen leven in krotten , de derde grootste stad op aarde (Tijdens de de zestig kilometer lange rit van de luchthaven naar ons hotel zagen we links en rechts zo ver we zien konden , niets anders dan appartementsgebouwen.)
In Sao Paulo werden we begeleid door sociale werkster en vrijwilligster Ditte Kuiper die ons ’s anderendaags naar het opvanghuis Casa Familia in de wijk Jandira bracht. Het Casa wordt gerund door een pater en enkele nonnen van Italiaanse afkomst . En het moet gezegd , die mensen doen daar fantastisch werk.
Een aantal van onze medereizigers ontmoetten hier ’s morgens voor het eerst hun petekind. Er werden dikke knuffels en kleine geschenkjes uitgedeeld en hier en daar hoorden we een poging om een aantal woorden Portugees te praten. De pater had direct in de mot dat ik de geschikte persoon was om de caiperina te proeven en goed te keuren waarna het verwelkomingsfeest officieel begon. Er werd door iedereen lekker gegeten , gedronken en gezongen.
Toen was het tijd voor de Eucharistieviering en dit was ook een heel aparte belevenis. Als de vieringen hier ook zo zouden zijn ... de kerken zouden terug vollopen.
Daarna werd door Sophie het ‘juwelenatelier’ officieel geopend. De bedoeling van dit atelier is dat de lokale bevolking , waaronder de ouders van de petekinderen, meer en meer uit hun isolement getrokken wordt en alzo leert kennis maken met de alledaagse economie. Naast de opzet van dit crea-atelier coordineert Ditte ook nog de bouw van een educatief complex midden in de favela waar de meeste petekinderen wonen. Er wordt hierbij uitgegaan van de lokale kracht waarbij de meest onderlegde leerlingen weer nieuwe mensen dienen op te leiden. En dat is denk ik ook de enige goede manier om aan ontwikkelingssamenwerking te doen.
De feestdag werd afgesloten met een capouira show en een ‘Braziliaans bal’ waarna we moe en voldaan terugkeerden naar ons hotel.
In Sao Paulo zijn er nog meer contrasten dan in Rio. Zo sliepen wij in Alphaville , een business center vergelijkbaar met ‘La Defense’ in Parijs en de Londense City. En dit slechts op 15 minuten rijden van Jandira...
De volgende dag gingen we terug naar de Casa Familia alwaar alle ouders van de petekinderen (ik dacht een honderdtal) hun door Cunina gesponsorde voedselbonnen kregen. Deze bonnen kunnen enkel in een paar geselecteerde winkels ingewisseld worden om alzo te vermijden dat men ze inruilt tegen ‘vloeibaar voedsel voor papa’.
In de namiddag trokken we onder strikte begeleiding van Ditte en de pater de favela in. We bezochten daar het nieuwe , reeds boven vermelde bouwcomplex , en de peetouders kregen de kans om hun pleegkind thuis te bezoeken. Ik denk dat iedereen al wel eens zo’n krottenwijk op TV gezien heeft maar de realiteit is toch nog een hemelsbreed verschil. Wat me opviel was dat elk huisje, hoe schamel ook, voorzien was van ijzeren hekken. Deze bleken geplaatst te zijn om zich tijdens de nacht te beschermen tegen geweld van de drugsmaffia en/of de politie. Zo vredig als het daar overdag leek , zo gewelddadig kon het daar ’s nachts wel eens zijn.
’s Avonds werd het Braziliaans contrast nogmaals in de verf gezet. We hadden een ‘avondje uit’ in een ultramodern yuppie-achtig lounge-cafe-restaurant op het dak van een wolkenkrabber waar we een skyline konden aanschouwen vergelijkbaar met die van Manhattan.
De laatste dag met de petekinderen van Jandira zou een van de hoogtepunten van de reis worden. De kinderen werden met een bus opgepikt en gebracht naar een kleine kinderboerderij ergens juist buiten Sao Paulo. Dit was voor de meesten de eerste keer in hun leven dat ze buiten hun kleine leefgemeenschap kwamen.
Ik zal nooit dat gelukzalige gezicht vergeten van een kind dat voor de eerste keer een koe melkt , een konijn vastpakt of op een paardje zit.
Het is waarschijnlijk overbodig te vertellen dat tijdens het afscheid menige traantjes dienden weggepinkt ...
Na wat problemen met onze vlucht (de nationale luchtvaartmaatschappij Varig , waar we mee vlogen, was failliet verklaard, en alle binnenlandse vluchten waren geschrapt) belandden we in Bello Horizonte. Hier werden we begeleid door ex-Gelenaar Wim Stijnen , die nu een tiental jaar in Brazilie woont. Sommigen zullen Wim nog wel kennen als de programmator van o.a. ‘Blues a la carte’ in de Carte Postale.
Wim is een orthopedist van beroep en heeft in Bello Horizonte een bedrijfje opgericht dat gespecialiseerd is in het maken en plaatsen van prothesen. Het bedrijf voert een zeer sociale politiek en Cunina zorgt er hier voor dat bepaalde kinderen financieel gesteund worden om zo’n prothese te krijgen en te onderhouden. Wim introduceerde ons in zijn problematiek en aan enkele pleegkinderen en het was hier ook weer duidelijk dat er goed werk geleverd werd.
Kleine anecdote nog. Toen we ’s avonds iets gingen drinken in een klein volkscafé waar life-muziek gespeeld werd , zat aan het tafeltje naast ons Juan Pablo Sorin, de kapitein van het Argentijnse voetbalteam.
Vanuit Bello Horizonte reden we met de nachtbus in beperkte groep en Parijs-Roubaix toestanden naar het zeer arme woestijnachtige Januaria. Een stadje in het binnenland waar we drie dagen terecht zouden komen in het midden van een boek van Gabriel Garcia Marquez en waar we ons petekind Silmara en haar broertje Diego zouden ontmoeten. Begeleider van dienst hier was Antonio de Wulf. Een uitgetrede Westvlaming die 35 jaar geleden uitgeweken is naar Brazilie om voor Caritas aan ontwikkelingswerk te doen. Antonio is een van die mensen waarvan je er in je leven spijtig genoeg maar enkele van ontmoet. Het was een voorrecht om hem , en zijn heel erg zieke vrouw Lourdes , te leren kennen.
We brachten eerst een bezoek aan het project ‘De Kleine David’. Hier worden zeer ondervoede baby’s en jonge kinderen opgevangen en terug op krachten gebracht. De vele ‘voor en na’ foto’s waren weer alleszeggend.
De ouders dienen deel te nemen aan hygiene en huishoudkundige cursussen en er bestaat de mogelijkheid dat deze kinderen dan terechtkomen in een Cunina sponsorship.
In de namiddag gingen de verschillende pleegouders op bezoek bij hun petekind thuis. Silmara en Diego waren in het begin heel verlegen maar dat zou de volgende dagen veranderen toen ze wat meer contact hadden gelegd met Arne en Sibe. De vader van Silmara heeft als job het verzamelen van bruikbare dingen onder het afval. Daarna worden dan de blikjes verkocht als oud ijzer en worden van de lege pet-flessen ‘keerborstels’ gemaakt.
De moeder is een toegewijde huisvrouw die ons direct de schoolrapporten van de kinderen liet zien.
’s Avonds waren we uitgenodigd op een maandelijkse vergadering van wat ik het best zou kunnen omschrijven als ‘de lokale peetouders’. Het leek een beetje op een gemeenteraad met het verschil dat de burgemeester en schepenen geweerd worden wegens ‘rotcorrupt’.
In Januari heeft men een lichtelijk ander systeem om de peterschappen op te volgen dan in Jandira en Bello Horizonte. Er wordt voor elk petekind een vrijwillig koppel aangesteld dat het kind , en vooral de ouders, opvolgt. Zo werd er aan Sophie de moeilijke vraag gesteld wat ze moesten doen met peterschappen waarvan de ouders niet wilden meewerken. Het antwoord was hard maar correct ...
We werden die avond nog verwend met een feestmaal waar de mensen demonstreerden welke lekkere gerechten (en drankjes) ze allemaal met maniok , rietsuiker en mais kunnen maken. De RTV van Januaria kwam ook nog op bezoek en onze Arne heeft hier zijn eerste TV-interview van zijn leven gegeven (zie ook
http://www.sendspace.com/file/nqq8_
- click op “Name: Bezoek CUNINA Januária.wmv “)
De volgende dag nam Antonio, ons samen met de petekinderen, mee op een binnenlandse bustocht. We bezochten een fabriekje waar de rietsuiker verwerkt werd tot suiker en het jeneverachtige cachaca (neem maar aan dat dit fabriekje niet zou voldoen aan de FDA-richtlijnen). We brachten een bezoek aan een boerderij waar we zagen hoe de maniok plant uiteindelijk resulteert in tapioca en we gingen verder naar een prehistorisch keramiek atelier waar volledig manueel , hele mooie dingen gemaakt werden. ’s Avonds werden we uitgenodigd op een volksdansfeest waar onder andere de lokale gepensioneerdenbond bewees dat de oudjes bijlange nog niet afgeschreven waren.
De derde dag brachten we nog een bezoek aan de machtige 2400 km lange Sao Fransisco rivier , een van de belangrijkste factoren in de economische en culturele ontwikkeling van het land. Dit bezoek ging gepaard met een boottochtje en een lunch waarbij de lokale zoetwatervis geweldig goed smaakte.
’s Avonds was het dan tijd voor het ontroerende afscheid . Het Januaria koor vertolkte voor ons nog zeer gemeend ‘Amigos Para Siempres’ (weeral traantjes), we gaven Silmara en Diego nog een laatste dikke knuffel en weg waren we , voor alweer 10 uur 5-sterren kasseistroken.
Januari was voor ons zonder twijfel het absolute hoogtepunt van de reis.
De laatste etappe zou ons brengen naar het koloniale Salvador in Bahia alwaar we een viertal dagen aan zee konden uitrusten van deze toch wel vermoeiende trips.
De laatste dag werd afgesloten met een feestmaal en een zangstonde waarbij de oudere garde van onze Barmhartige Stede het oude lied van Geel ten berde bracht en de jeugd er voor zorgde dat ook het nieuwe lied bekend in de oren zal blijven klinken bij sommige inwoners van Salvador (en West-Vlaanderen).
Voor de terugvlucht hadden we heel veel schrik aangezien er twee dagen geleden aangekondigd was dat Varig nu ook de internationale vluchten geschrapt had. Gelukkig begonnen ze de dag van ons vertrek terug te vliegen (met weliswaar maar 1 vlucht naar Europa) . Door bemiddeling van Ditte en de diplomatieke overtuigingskracht van Sophie zijn we er in geslaagd de volledige groep op deze vlucht te krijgen.
Ik zou bij deze ook nog Sophie en Kathleen van Cunina heel hard willen bedanken . Ze hebben het vooreerst voor ons mogelijk hebben gemaakt om deze prachtige reis mee te maken maar bovenal verdienen ze een dikke proficiat voor al het goede werk dat ze doorheen de jaren reeds voor vele vele mensen gedaan hebben. Klak af daarvoor ! Alsook voor alle Dittes , Wimmen , Jannen, Antonio’s en paters en nonnen van deze wereld.
Het werk dat ze doen en het geld dat gedoneerd wordt is misschien maar de spreekwoordelijke druppel die men naar de zee voert maar... ik denk dat , door de manier van werken (gebruik makend van de “lokale kracht” zoals Cunina dat verplicht te doen), we ondertussen toch al kunnen spreken van een hele emmer of een klein zwembad. En wie weet , zal ooit dit klein beetje water zichzelf gaan bedruipen en vermenigvuldigen en dan kan het , en dat weten we van onze wiskundelessen , soms snel gaan.
Indien u meer info wil weten over Cunina, surf naar www.cunina.org of indien u het allemaal eens wil horen van een neutraal persoon hoe het allemaal werkt, doe gerust een belletje op 014/591108 of spring eens binnen in Wilders.
En dan nu op het naar het volgende project van mijn werkgever alwaar we bij de volgende multinational in het rijtje de bedrijfsprocessen weer een beetje meer gaan optimaliseren en informatiseren zodat er weer wat meer winst kan gemaakt worden met steeds minder mensen . U ziet ... ook mijn leven zit vol contrasten.
Vorige: « Van Harte | Volgende: Nieuws uit de Filipijnen »